Horecaondernemers zoeken vooral in eigen omgeving naar bijkomende financiering

26/03/2021

Naast de corona steunmaatregelen zie je dat horecaondernemers zelf zorgen voor bijkomende financiering of hiervoor aankloppen bij vrienden of familie. Dit is bij zes op de tien horecaondernemers het geval.

De ERMG-enquête van de Nationale Bank polst naar de omzetevolutie bij bijna 3.900 ondernemingen in diverse sectoren. Voor de horeca gaat het bij de meest recente enquête van half maart om 287 ondernemingen. Naast de omzetevolutie komen ook het faillissementsrisico en liquiditeitsproblemen aan bod. 
 

Geschat omzetverlies terug hoger dan in februari 

Uit de resultaten zie je dat de horeca half maart een geschat omzetverlies lijdt van 78 procent. Dit verlies ligt veel hoger dan het gemiddeld verlies van 9 procent. Het is ook een verslechtering ten opzichte van februari toen horecaondernemers hun omzetverlies op 70 procent schatten. De berichten van de laatste weken over de dalende populariteit van afhaalmaalmaaltijden kan je hier mogelijks aan linken. Anderzijds kan ook het uitzicht van de heropening op 1 mei ervoor zorgen dat gasten hun bestelling of bezoek uitstellen tot die datum. De horeca blijft deze maand wel iets minder hard getroffen dan de reisbureaus en het wegvervoer van personen. 
Hoewel deze tweede periode van verplichte sluiting al langer duurt dan de eerste, ligt het verlies voor de horeca procentueel wel iets lager dan tijdens de eerste verplichte sluiting. Toen lagen de geschatte verliespercentages voor de horeca tussen de 80 en 90 procent. Hier zijn een aantal verklaringen voor. Om te beginnen ligt het openbare (bedrijfs)leven tijdens deze tweede verplichte sluiting minder stil dan in het voorjaar. Een andere mogelijke verklaring is een intensiever gebruik van online verkopen en afhaaldiensten. Tot slot kan er ook een ‘survival bias’ optreden: de ondernemingen met zwaar omzetverlies zijn intussen stopgezet of failliet. Toch moet je het omzetverlies van 78 procent met de nodige voorzichtigheid interpreteren. De uiteindelijke omzetcijfers die Statbel publiceerde voor 2020 zijn beter dan het omzetverlies dat de ERMG-enquête destijds voorspelde.
 

Faillissementsrisico en de liquiditeitsproblemen blijven zorgwekkend

Er zijn amper respondenten die melden dat ze momenteel in een faillissementenprocedure zitten. Toch antwoordt een vierde van de respondenten uit de horeca dat een faillissement de komende weken of maanden waarschijnlijk tot zeer waarschijnlijk is. Dit aandeel is een van de hoogste van alle sectoren en veel hoger dan de 7 procent gemiddeld. Dit uit zich ook in de liquiditeitsmoeilijkheden voor de horeca. Meer dan de helft zegt nog maximaal drie maanden verder te kunnen zonder bijkomende kapitaalinjectie of leningen. Uit vorige enquêtes zie je dat de horeca naast de corona steunmaatregelen zelf zorgt voor bijkomende financieringsbronnen of aanklopt bij vrienden of familie. Dit is bij zes op de tien horecaondernemers die financiering zoeken het geval. 

In mindere mate helpen een bijkomende banklening of betalingsuitstel bij leveranciers. Ook uitstel of kwijtschelding van de huur is een mogelijkheid om de financiële lasten te verlichten. Voor meer dan de helft van zij die een horecapand huren is er een uitstel of kwijtschelding (van een deel) van de huur geweest. Dit is het hoogste aandeel van alle sectoren. Dat een banklening minder gebruikt wordt, is overigens niet altijd een eigen keuze. Slechts een kwart van de respondenten in de horeca die de voorbije maanden interesse hadden in een banklening kon er ook effectief één krijgen.