Nieuwe regels voor het beëindigen van een arbeidsovereenkomst in de eerste zes maanden
01/08/2026
Vanaf 1 augustus 2026 geldt voor nieuwe arbeidsovereenkomsten tijdens de eerste zes maanden een opzeggingstermijn van één week. Dit wordt algemeen omschreven als de terugkeer van de proefperiode. Hoewel juridisch de klassieke proefperiode niet opnieuw wordt ingevoerd, heeft de regeling wel hetzelfde effect.
Zowel werkgever als werknemer kunnen vanaf 1 augustus tijdens de eerste zes maanden van een nieuwe arbeidsovereenkomst sneller uitstappen. Ongeacht wie het initiatief neemt, volstaat een opzegtermijn van één week.
De regeling geldt enkel voor arbeidsovereenkomsten die starten vanaf 1 augustus 2026. Lopende arbeidsovereenkomsten blijven onder de oude opzeggingstermijnen vallen.
De hervorming heeft niet alleen gevolgen voor de duur van de te presteren opzegtermijn, maar ook voor de hoogte van de opzeggingsvergoeding. In de eerste zes maanden bedraagt die bij een onmiddellijke beëindiging nog slechts één week loon voor nieuwe arbeidsovereenkomsten vanaf 1 augustus 2026.
In een overzicht (opzegtermijnen tijdens de eerste zes maanden anciënniteit):
Arbeidsovereenkomsten aangevangen vanaf 1 augustus 2026
Bij opzeg door werkgever en werknemer:
- Van 0 tot 6 maanden: 1 week
Arbeidsovereenkomsten aangevangen van1 januari 2014 tot en met 31 juli 2026
Bij opzeg door de werkgever:
- Van 0 tot < 3 maanden: 1 week
- Van 3 tot < 4 maanden: 3 weken
- Van 4 tot < 5 maanden: 4 weken
- Van 5 tot < 6 maanden: 5 weken
Bij opzeg door de werknemer:
- Van 0 tot < 3 maanden: 1 week
- Van 3 tot < 6 maanden: 2 weken
Voor arbeidsovereenkomsten die vóór 1 januari 2014 zijn aangevangen, geldt een overgangsregeling waarbij de opzegtermijn deels volgens de oude regels (die verschilden voor arbeiders en bedienden) en deels volgens de uniforme wettelijke regels wordt berekend. De FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg licht deze overgangsregeling nader toe op haar website.