Sociaal-juridische actualiteit (update juli 2026)
02/07/2026
Voor werkgevers verandert er opnieuw heel wat vanaf 1 juli 2026. De belangrijkste wijzigingen vinden we terug rond flexi-jobs en bij de RSZ-doelgroepverminderingen. De voorwaarden voor flexi-jobbers worden versoepeld en het flexiloon wordt aangepast. Wat betreft doelgroepverminderingen wordt de korting voor eerste aanwervingen opnieuw uitgebreid. Tegelijk verdwijnen enkele andere verminderingen en worden de regels om bepaalde voordelen te behouden strenger.
We bespreken enkel maatregelen die definitief goedgekeurd en gepubliceerd zijn.
1. Flexi-jobs: versoepeling van het maximumloon
Vanaf nu mag het totale flexiloon maximaal 21 euro per uur bedragen (exclusief flexivakantiegeld). Het maximum wordt dus niet langer berekend als 150% van het basisloon, maar vastgelegd als een concreet uurbedrag. Dat bedrag wordt verder ook geïndexeerd volgens de gewone indexregels.
Daarnaast veranderen de regels voor de berekening van dat maximum. Vergoedingen en toeslagen die verplicht zijn op basis van de wet of een cao (zoals een eindejaarspremie, zondagstoeslag of een nachttoeslag) tellen niet meer mee. Extra vergoedingen die je als werkgever vrijwillig toekent, worden wel nog meegerekend.
Voor meer informatie rond flexi-jobs, neem een kijkje op onze pagina.
2. Flexi-jobs: combinatie met uitzendarbeid mogelijk
Vanaf 1 juli 2026 mag een uitzendkracht in hetzelfde kwartaal zowel als gewone uitzendkracht als flexi-jobber werken. De combinatie blijft verboden bij dezelfde werkgever, maar is wel mogelijk bij verschillende werkgevers.
3. Flexi-jobs: beperking verbonden ondernemingen opgeheven
Voltijdse werknemers mogen opnieuw een flexi-job uitoefenen bij een onderneming die verbonden is aan hun hoofdwerkgever. Voor horecawerkgevers met meerdere zaken biedt dit extra flexibiliteit bij de inzet van personeel binnen de groep.
Opgelet: voor werknemers die 4/5de tewerkgesteld zijn bij de hoofdwerkgever blijft het verboden om in een verbonden onderneming een flexi-job uit te oefenen.
Voor meer informatie rond flexi-jobs, neem een kijkje op onze pagina.
4. Flexi-jobs: flexibelere regeling voor gepensioneerden
De regeling voor gepensioneerden wordt ook flexibeler. De beoordeling of iemand gepensioneerd is, gebeurt voortaan in kwartaal T (in plaats van T-2). Men zal voortaan dus nagaan of iemand gepensioneerd is in het kwartaal waarin men de flexi-job wil uitoefenen. Daardoor kunnen gepensioneerden sneller starten met een flexi-job. Het blijft wel niet toegelaten om in hetzelfde kwartaal bij dezelfde werkgever gelijktijdig te werken als werknemer en flexi-jobber. De gepensioneerde kan pas vanaf het kwartaal volgend op het pensioen een flexi-job uitoefenen bij dezelfde werkgever.
Voor meer informatie over werken als flexi kan je terecht op onze pagina.
5. Verkorte opzeggingstermijn bij contracten < 6 maanden
Voor werknemers die vanaf 1 augustus in dienst treden, worden de opzeggingstermijnen tijdens de eerste 6 maanden van tewerkstelling korter. Het gaat om een termijn van 1 week. Bij ontslag zal de verschuldigde opzeggingsvergoeding daardoor lager zijn.
6. Uitbreiding doelgroepvermindering eerste aanwervingen
De korting voor de eerste werknemer wordt verlaagd tot maximaal € 2.000 per kwartaal. Ze blijft wel onbeperkt in de tijd. Dit nieuwe bedrag wordt ook op lopende kortingen toegepast.
Voor de tweede en derde werknemer wordt de korting beperkt tot maximaal € 1.000 per kwartaal gedurende 12 kwartalen, te kiezen binnen een periode van 20 kwartalen. Ze kan dus drie jaar worden toegepast. Voor de verminderingen die al vóór 1 juli 2026 zijn geopend, blijven echter de huidige regels van toepassing.
Voor de vierde en vijfde werknemer wordt er opnieuw een korting ingevoerd, identiek aan de korting van de tweede en derde werknemer.
Voor meer informatie rond deze vermindering, neem een kijkje op onze pagina.
7. Afschaffing doelgroepvermindering horeca
De doelgroepvermindering voor vijf vaste voltijdse werknemers in de horeca wordt op 1 juli 2026 afgeschaft. Er zijn geen overgangsmaatregelen voorzien. Dit wil zeggen dat vanaf 1 juli 2026 geen enkele werkgever deze doelgroepvermindering nog kan genieten.
8. Einde doelgroepvermindering voor arbeidsduurvermindering en vierdagenweek
Deze doelgroepvermindering wordt vanaf 1 juli 2026 stopgezet. Als je het recht op de vermindering vóór 1 juli 2026 hebt geopend, kan je dit wel nog toepassen voor de resterende kwartalen. Met andere woorden: werkgevers die vóór 1 juli 2026 een arbeidsduurvermindering of vierdagenweek hebben ingevoerd, kunnen de vermindering verder blijven toepassen gedurende de resterende looptijd.
9. Aftopping vrijstelling doorstorting bedrijfsvoorheffing
Als werkgever kan je in bepaalde gevallen een gedeeltelijke vrijstelling krijgen van de doorstorting van bedrijfsvoorheffing op de lonen van specifieke werknemers. Hierdoor vermindert je loonkost.
Vanaf 1 januari 2027 worden deze fiscale voordelen afgetopt om de totale kostprijs van deze vrijstellingen voor de overheid te beperken. Op het moment van de aangifte bedrijfsvoorheffing wordt het bedrag aan vrijstelling met een bijkomende factor vermenigvuldigd waardoor de werkgever meer bedrijfsvoorheffing zal moeten doorstorten (en dus zelf minder vrijstelling geniet). De correctiefactor bedraagt 97% in 2027, 93,35% in 2028 en 95,9% vanaf 2029.
Voor meer informatie rond doorstorting van bedrijfsvoorheffing, neem een kijkje op onze pagina.
10. Strengere aanpak bij sociale inbreuken
Werkgevers die bewust bepaalde RSZ-regels overtreden, kunnen hun recht op doelgroepverminderingen en andere RSZ-voordelen verliezen.
Met deze maatregel wil de overheid sociale voordelen meer koppelen aan correct werkgeverschap. Werkgevers die de sociale wetgeving naleven, behouden de voordelen. Wie bewust in de fout gaat, riskeert ze kwijt te spelen.
Wil je meer weten rond bijdrageverminderingen en waar jij recht op hebt? Je vindt meer informatie over de verschillende verminderingen en voordelen op onze website.